Recensie van De sigarenfabriek in NRC

Op de speurtocht naar hun gemeenschappelijke, Joodse grootvader ontdekten Hella en Sandra Rottenberg in Duitsland elf dikke dossiers. En zo ontstond een gelaagde familiegeschiedenis.

Een joodse fabrikant in nazi-Duitsland

Jaap Cohen
17 november 2017

Een van de grootste uitdagingen van geschiedschrijving is om zo objectief mogelijk te zijn; als auteur kun je je eigen gevoelens en opvattingen nu eenmaal niet zo maar opzij zetten. Bij het schrijven over mensen of onderwerpen uit je eigen familiegeschiedenis is de opgave nóg groter. Het gevaar is dat je – bewust of onbewust – zwarte bladzijden weglaat, want niemand hangt graag de vuile was buiten. Recentelijk nog publiceerde Isabel van Boetzelaer bijvoorbeeld Oorlogsouders, waarin ze haar opa als verzetsheld opvoert terwijl hij in werkelijkheid commandant was van een krijgsgevangenkamp.

Isay Rottenberg met zijn kleinkinderen op zijn tachtigste verjaardag, 13 mei 1969

Journaliste Hella Rottenberg en haar nicht, programmamaker Sandra Rottenberg, gingen de uitdaging aan om te schrijven over het verleden van een familielid. Ze deden onderzoek naar hun gemeenschappelijke grootvader Isay Rottenberg (1889-1971), van wie ze ooit hadden gehoord dat hij in de jaren dertig een sigarenfabriek in Duitsland zou hebben gehad. Dat was ook meteen het enige dat ze aanvankelijk wisten; hoewel hun grootvader de oorlog had overleefd, had hij nooit over deze periode in zijn leven gesproken. Een kwestie van het verdringen van nare gebeurtenissen, of was hij niet bepaald trots op zijn eigen daden?

Hella en Sandra Rottenberg nemen de lezer mee op een intensieve speurtocht. Die begint bij google.books. In een boek van een Zwitserse financieel journalist lezen ze dat Isay Rottenberg, een tot Nederlander genaturaliseerde Russische Jood, directeur was geweest van de Deutsche Zigarren-Werke in het stadje Döbeln, nabij Dresden. Dat is niet het enige; ook wordt hij omschreven als iemand die in de eerste jaren van nazi-Duitsland zakelijke kansen zag – niet meteen een geruststellende mededeling. Misschien dat er in het stadsarchief van Döbeln nadere informatie is te vinden.

Verrassing

Aangekomen in Döbeln wacht Hella en Sandra een grote verrassing. Over hun grootvaders fabriek blijken elf dikke dossiers te bestaan: duizenden pagina’s met brieven, verslagen, foto’s, krantenknipsels en andere documenten. Een schat aan informatie, die Hella en Sandra in staat stelt de bemoeienissen van hun grootvader met de bewuste fabriek gedetailleerd te volgen.

De Deutsche Zigarren-Werke was niet zomaar een onderneming: het was de modernste sigarenfabriek van Duitsland. De vorige eigenaar, net als Rottenberg van Oost-Joodse afkomst, had de nieuwste Amerikaanse machines aangeschaft. Maar hij had één probleem: de Amerikaanse machines produceerden ‘natte’ sigaren, terwijl Duitsers van ‘droge’ sigaren hielden. De machines moesten dus vervangen worden, wat leidde tot een grote financiële strop – en uiteindelijk, in 1932, tot een faillissement.

Isay was op dat moment een papierhandelaar in Amsterdam, maar vanwege een eerder tienjarig verblijf in Berlijn had hij veel Duitse connecties. Zodra hij van het faillissement hoorde, organiseerde hij op doortastende wijze steun om de fabriek te kunnen overnemen. ‘Zo deed hij dat dus: als een schaker het speelveld overzien, zijn zetten bepalen en dan snel handelen om de overwinning te verzekeren’, schrijven Hella en Sandra bewonderend over hun grootvaders ondernemerschap.

Maar al gauw krijgt ook Isay problemen. De vorige eigenaar had al kritiek gekregen vanuit de traditionele sigarenbranche, die opkwam voor de werkgelegenheid van ambachtelijke sigarenrollers. Met de machtsgreep van Adolf Hitler in 1933 verstomde die kritiek niet – integendeel. Het was crisis, en Hitler zei op te komen voor de Duitse arbeiders. De vakbond voor sigarenmakers krijgt het bij de nieuwe machthebbers voor elkaar dat er een machineverbod wordt ingesteld. Het is de doodsteek voor de moderne sigarenfabriek. Zo lijkt het tenminste, want Isay geeft zich niet zo maar gewonnen.

Hij heeft misschien geen sigarenrollers in dienst, maar zorgt wel voor werkgelegenheid aan zo’n 670 hooggekwalificeerde machinearbeiders en ingenieurs. Moeten die zo maar ontslagen worden?

NSDAP-bonzen

Er ontspint zich een intrigerend steekspel tussen Isay en een keur aan andere spelers: de vakbond, concurrerende fabrikanten, de nieuwe lokale machthebbers, NSDAP-bonzen. De rollen van de verschillende partijen liggen niet vast, en er ontstaan onverwachte allianties; belangen blijken nu eenmaal bijna altijd te prevaleren boven ideologie.

De productiehal van de sigarenfabriek in Döbeln, 1930

Zo weet Isay als Joodse fabrikant op een gegeven moment de steun van het lokale, antisemitische nazi-stadsbestuur te verwerven. Dat doet hij onder andere door zijn fabriek te positioneren als modelfabriek, die als reclame voor de ‘wedergeboorte’ van Duitsland kan dienen. En in een emotionele monoloog tijdens een cruciale vergadering verzoekt hij zijn toehoorders: ‘Vergeet u mij, de jood Rottenberg. U staart zich blind op mij en vergeet daarbij uw 670 volksgenoten.’ Van alle aanwezigen is hij de enige die het woord ‘Jood’ in de mond neemt.

Door een vergrootglas te leggen op het machtsspel rond de sigarenfabriek laten Hella en Sandra Rottenberg zien hoe een doorsnee Duits stadje reageerde op de komst van de nazi-machthebbers. Daarbij hebben ze veel oog voor de context waarbinnen het drama zich afspeelt: ze gaan niet alleen in op de politieke en economische omstandigheden, maar duiken ook in de achtergronden en motieven van de verschillende spelers. Hoewel de auteurs soms een zijpaadje teveel nemen, verzandt het verhaal hierdoor nooit in een taai en juridisch relaas – wat gezien het onderwerp een risico moet zijn geweest – en worden de verschillende personages mensen van vlees en bloed.

Maar het meest originele aspect van deze familiegeschiedenis is de manier waarop de auteurs zichzelf opvoeren. Ze laten er namelijk geen misverstand over bestaan dat hun beider relatie tot hun grootvader verschillend is: Hella (1955) adoreerde haar opa, hij was haar ‘rots in de branding’. Sandra (1960), daarentegen, had zich bij hem altijd maar half op haar gemak gevoeld, wat te maken had met een familievete: haar vader had alle contact met Isay verbroken wegens diens autoritaire manier van leidinggeven.

Mede door dit verschil in achtergrond is Hella emotioneler betrokken bij het onderzoek dan Sandra. Ze hebben ervoor gekozen om hierover volledig transparant te zijn. Dat doen ze door passages in de ik-vorm in te lassen waarin ze beiden op hun eigen manier reflecteren op nieuwe gegevens die ze boven water hebben gekregen – zonder hun kritische houding te verliezen. Hierdoor ontstaat als vanzelf de gelaagdheid die een ingewikkeld onderwerp als dit verdient. Zo doen Hella en Sandra Rottenberg niet alleen recht aan de gebeurtenissen in een Duits stadje rond de nazi-machtswisseling, maar ook aan het verleden van hun grootvader.

●●●●●