De plundering van een Malevitsj-collectie

Meesters, marodeurs  is een waar gebeurde detective over de smokkel van een uitzonderlijke collectie Russische avantgardekunst en de strijd om het eigendom van de meesterwerken.

Het boek vertelt hoe Amsterdamse notarissen, Russische emigranten, een Duitse kunsthandel en Haagse en Moskouse topambtenaren in wisselende coalities touwtrokken om de rijke nalatenschap van Nikolaj Chardzjiëv (1903–1996). En hoe de collectie uiteindelijk voor het grootste deel behouden werd en in beheer van het Stedelijk Museum kwam.

Beschreven wordt hoe Chardzjiëv zijn verzameling opbouwde als vriend en bewonderaar van de modernste schilders en schrijvers van zijn tijd. Hij bewaarde tekeningen en schilderijen van kunstenaars als Malevitsj en El Lissitzky en handschriften van dichters als Chlebnikov en Mandelstam, ook tijdens de donkerste jaren van het Stalinregime.

Uit angst voor de Russische misdaad emigreerde de verzamelaar, hoogbejaard, in 1993 naar Nederland. Zijn collectie liet hij het land uit smokkelen. In Amsterdam vielen Chardzjiëv en zijn vrouw in handen van allerminst belangeloze helpers. Topstukken die hij bestemd had voor het Stedelijk Museum, werden na zijn dood verkocht. Een notaris, een pensioenadviseur en een Russische emigrant hadden al voor bijna dertig miljoen gulden aan werken van Malevitsj en Lissitzky van de hand gedaan, toen Hella Rottenberg de plundering ontdekte.

Meesters, marodeurs: een meeslepende speurtocht naar onbekende meesterwerken en het gezelschap boeven, juristen en adviseurs dat ermee aan de haal ging.